home | fotoalbum | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Wil je mijn visitekaartje? punt.nl


Sitting at the Feet of Jesus
Religie/Christendom | Welkom | 13 November 2010 | 22:27:34
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 146

Wil je mijn visitekaartje?

Welkom
Religie/Christendom | Welkom | 13 November 2010 | 22:23:56

 

reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 138


Aanbidding door dr. A.W. Pink
Religie/Christendom | Studie | 14 November 2010 | 13:22:41

 

Aanbidding

door dr. A.W. Pink
 
Van alle waandenkbeelden over het aanbidden van God, is de gevaarlijkste misschien wel dat iemand die niet wedergeboren is, ertoe in staat zou zijn. Kennelijk weten velen niet wat aanbidding eigenlijk is. Zij denken dat als zij naar de kerk gaan in een houding van deemoed, eerbiedig luisteren naar de predikant en bijdragen aan zang en collecte, dat zij God dan werkelijk aanbidden. Arme verdoolde zielen! Een dwaling in stand gehouden door het priesters- en predikersgilde. Christus stelt hier de volgende woorden tegenover, ontstellend in eenvoud en scherpte: God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in Geest en in Waarheid.
 
VALSE AANBIDDING
Terecht heeft Jesaja van u geprofeteerd, zoals er geschreven staat: "Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is verre van Mij". Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen leren, die geboden van mensen zijn. Zo antwoordde Christus de schriftgeleerden die bij Hem kwamen met een vraag over ceremoniële handwassing, terwijl hun hart vuil bleef voor God. Christus stelde de waardeloosheid van hun religie aan de kaak. De waarheid is dat God en mens even ver van elkaar verwijderd zijn als zonde en heiligheid. Daarom is allereerst reiniging en verzoening nodig. Maar menselijke religie veronderstelt dat de zondige mens toch omgang kan hebben met de Heilige. Satan moet ons verblind hebben, dat wij de ware aard van God niet kennen, die te rein van ogen is om het kwaad te zien en die het onrecht met kan aanschouwen. Het is de duivel zelf die aanbeden wil worden. Daartoe nam hij onze Heiland mee naar een hoge berg, waar hij Hem al de koninkrijken der wereld toonde en hun heerlijkheid en zei: "Dit alles zat ik U geven, indien Gij U nederwerpt en mij aanbidt". Laten wij ons terdege realiseren dat juist op het terrein van religie de vijand zeer actief is.
 
WARE AANBIDDING
God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in Geest en in Waarheid (Joh. 4:24). Dit ‘moeten' geeft aan dat er geen andere wijze is om God te aanbidden. Bij Johannes komt het woord
‘moeten' eerder voor. "Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden" (3:7). En in hetzelfde hoofdstuk in vers 14: "En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden". Elk van deze drie is een 'must', even belangrijk en ondubbelzinnig. De volgorde van deze drie verzen is dwingend, immers: alleen wie uit de Geest geboren is en rust op het verzoeningswerk van Christus kan de Vader aanbidden.
 
Om de Vader te aanbidden, moeten wij Hem kennen en Hij wordt niet gekend buiten Christus om. Er mag van alles beweerd en geloofd worden over een theoretische en theologische 'God', maar als wij afzien van de Zoon, missen wij de Vader. Onze Heiland zegt: "Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij". Daarom is het zo'n zondig verzinsel, zo'n dodelijke dwaling om niet-wedergeboren mensen de indruk te geven dat zij God kunnen aanbidden. Terwijl de zondaar bij Christus vandaan blijft, is hij een vijand van God, een kind der gramschap. Hoe zou hij God kunnen aanbidden, dood in overtredingen en zonde als hij is? Doch dit wordt wereldwijd verworpen in naam van de religie. Religie, zoals gezegd het voornaamste werktuig van de duivel om zielen te misleiden, omdat het - of het nu boeddhistische of christelijke religie betreft - nadrukkelijk beweert dat de mens, in zijn zonde, omgang kan hebben met en naderen kan tot de driemaal heilige God. En wie dit ontkent, maakt vijandschap wakker en roept de tegenstand van alle religieuzen over zich af. Zoals eerst en vooral Christus de toom en grenzeloze haat van de religieuzen van zijn dagen ontmoette, toen Hij hun religieuze aanspraken weerlegde, ja hun schijnheiligheid ontblootte. "De tollenaars en de hoeren gaan u voor in het Koninkrijk Gods", sprak Christus tot de overpriesters en de oudsten des volks, waarop zij trachtten Hem te grijpen. Maar waarom gaan tollenaars en hoeren hen voor? Is het omdat zij niet gehinderd worden door godsdienstige pretenties? Omdat zij geen schijnheiligheid of vrome reputatie hoeven ophouden? Onder het gepredikte Woord raakten zij overtuigd van hun verloren toestand en dientengevolge kenden zij hun plaats voor God en werden gered. Alleen zij zijn ware aanbidders.
 
DE AARD VAN WARE AANBIDDING
God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten aanbidden in Geest en in Waarheid. Aanbidden in de Geest staat in schril contrast met de vleselijke riten en indrukwekkende ceremoniën van de religie. Aanbidden in waarheid staat tegenover het bijgeloof en de afgodische waan der heidenen. God aanbidden in Geest en in Waarheid wil zeggen: op een wijze die recht doet aan de volle en definitieve openbaring die Hij van Zichzelf in Christus heeft gegeven. Het betekent Hem de hulde brengen van het verlichte verstand en de liefde van het wedergeboren hart.
Aanbidden in Geest en in Waarheid sluit aanbidden met onze zintuigen uit. Wij kunnen Hem, die Geest is, niet aanbidden door de architectuur van een kerk en haar glas-in-lood te bewonderen, door het orgelspel te beluisteren, de wierook op te snuiven en de rozenkrans te tellen. Wij kunnen God niet aanbidden met onze zintuigen, noch met ons gevoel, ook al poogt onze ziel, de zetel der gevoelens, steeds religieuze gevoelens voort te brengen. Wij kunnen tot tranen toe bewogen worden door een pakkende preek of door een aangrijpend stuk muziek, zonder echter getroffen te worden in onze inwendige mens! Ware aanbidders zijn verloste mensen die tempel zijn van God Zelf. De niet-wedergeborenen mogen aanbidding zien als hulde die God van hen eist en die hen geen vreugde geeft omdat zij het uit zichzelf willen aanbieden. Maar zij die van boven geboren zijn en verlost door het kostbare bloed, zien de dingen geheel anders. In de geschiedenis van de doortocht door de Schelfzee wordt voor het eerst in de Bijbel gesproken van verlossing. En daar zongen de Israëlieten de Heere een lied en aanbaden Hem die hen uit het diensthuis had geleid.
 
Het is zeer opmerkelijk dat de ene keer dat de Heere Jezus Zich persoonlijk uit laat over aanbidding, dat Hij dat niet doet tegen een religieus man als Nicodemus, ook met tegen zijn discipelen, maar tegen een overspelige Samaritaanse vrouw - een halve heidin! Waarlijk, Gods wegen lijken in de verste verte niet op die van ons! Tegen die arme vrouw zegt Hij: "De ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders" (Joh. 4:23). Maar hoe zoekt de Vader aanbidders? Dat kunnen wij uit de context verstaan. Aan het begin van het hoofdstuk gaat de Zoon Gods op weg, teneinde een van Zijn verloren schapen te redden, Zich aan een ziel te openbaren die Hem met kende, haar te bevrijden uit de wellust en haar hart te vullen met zijn rijke genade. En waarom? Opdat zij aan het verlangen van Gods liefde tegemoet zou komen en Hem de lofprijzing en aanbidding zou schenken die alleen een geredde zondaar geven kan.
Wie is er blind voor, dat de reis die Gods Zoon maakte naar de bron van Sichar om daar die eenzame ziel te ontmoeten en voor Hem te winnen, een afschaduwing was van de grote reis die Hij ondenam - de hemelse vrede en haar licht en zaligheid verlatend om naar deze wereld vol strijd en duisternis en armzaligheid te komen. Hij kwam hier zondaars zoeken, niet alleen om hen voor zonde en dood te bewaren, maar om hen de liefde Gods in te laten drinken en daarvan te laten genieten zoals geen engel kan; en zij op hun beurt overstromen zouden van de zoete wierook der lofprijzing. Dat is aanbidding. De herinnering aan Gods liefde die ons zocht en aan het bloed van Christus dat ons verloste, zijn de bronnen ervan.
 
In het Nieuwe Testament is nauwelijks een gelukkiger voorbeeld van aanbidding te vinden dan in Johannes 12: 2-3. "Zij richtten daar dan een maaltijd voor Hem aan en Martha bediende, en Lazarus was een van hen, die met Hem aan tafel waren. Maria dan nam een pond echte, kostbare nardusmirre, en zij zalfde de voeten van Jezus en droogde zijn voeten af met haar haren; en de geur der mirre verspreidde zich door het gehele huis." Maria kwam niet om een preek te horen, ook al was de Prins der predikers daar. Aan Zijn voeten te zitten en Zijn woord te horen was nu niet haar doel, gezegend als dat was op een ander moment. Ze kwam met om heiligen te ontmoeten, ook al bevonden zich kostbare heiligen daar. Maar gemeenschap met hen, hoe gezegend ook, was nu niet haar doel. Ze kwam niet, na een week hard werken, voor verkwikking, ook al kende niemand de gezegende bronnen der verkwikking die in Hem zijn beter dan zij. Nee, ze kwam voor Hem om datgene uit te storten wat ze lange tijd had opgespaard, haar meest waardevolle aardse bezit. Ze dacht niet aan Simon de melaatse, die daar zat, nu een rein man; ze ging de apostelen voorbij, ook Martha en Lazarus, haar zuster en broeder in het vlees en in Christus. De Heere Jezus vulde haar gedachten: Hij had haar hart gewonnen en ontving al haar genegenheid. Zij had oog voor Hem alleen. Dat is aanbidding. Wie wij aanbidden is God en God inspireert ons om Hem te aanbidden. Alleen wat Hijzelf in ons bewerkt is voldoende. "Heere ... ook al onze daden hebt Gij voor ons verricht" (Jes. 26:12). Niet voordat het Lam verhoogd wordt in de kracht van de Geest, roepen heiligen uit: "Mijn ziel maakt groot de Heere, en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn Heiland" (Lucas 1:46-47). Maar waarom wordt deze aanbidding in geest en waarheid zo weinig gevonden? Waar Gods Geest geen leiding krijgt, hebben wereld, vlees en duivel vrij spel. Maar zelfs in kringen waar wereldgelijkvormigheid, tenminste de grovere vormen ervan, niet wordt gedoogd en waar een rechtzinnige leer wordt bewaard, valt op hoe afwezig dat vuur, die vrijheid, die blijdschap zijn die altijd de geest van ware aanbidding vergezellen. Hoe komt dat? Waarom vinden we zelden, ook daar waar de letter van Gods Woord wordt geleerd, die spontane uitbarstingen van adoratie, dat offer van lofprijzing die altijd onder Gods kinderen gevonden moesten worden? Het antwoord op deze vraag is: er is een bedroefde geest in ons. Daarom is er zo weinig levende, verkwikkende bediening die dringt tot aanbidding van Christus.
 
 
WAT AANBIDDING IN DE WEG STAAT
Wat is aanbidding? Lofprijzing? Ja, meer: het is de eerbied die uit het hart van de mens vloeit die volle verzekering heeft van de uitnemendheid van Hem voor wie hij buigt, om zo uitdrukking te geven aan zijn diepe dankbaarheid voor Gods onuitsprekelijke Geschenk. Hier wordt meteen duidelijk wat een eerste belemmering is voor Gods kinderen om te aanbidden: gebrek aan verzekerdheid. Zolang ik twijfel aan mijn opstanding in Christus, zolang ik betwijfel dat Christus voor mijn zonden is gestorven op Golgotha, kan ik Hem niet waarlijk loven en prijzen voor de dood die Hij voor mij stierf. En kan ik met zeggen: "Mijn Geliefde is mijn en ik ben de zijne". Het is een lievelingslist van de vijand om christenen in de Poel der Wanhoop te houden, opdat Christus de hulde van hun harten niet ontvangt. Wat ons vervolgens belemmert, is dat wij onszelf niet voldoende tegen het licht van Gods heilige Woord houden. De priesters van Israël waren verplicht, alvorens reukwerk te offeren, om zich te wassen bij het koperen wasvat. De nadering tot het koperen wasvat wil zeggen dat iemand zichzelf eerlijk onder ogen durft te zien en niet schroomt om zichzelf te oordelen. Want indien wij onszelf oordeelden, zo zouden wij met geoordeeld worden. Het gebruik van water uit het wasvat duidt op de toepassing van het Woord op onze werken en wegen. Zoals Aärons zonen zich bij het wasvat moesten wassen, evenzo moet de christen de verontreinigingen op zijn weg verwijderen voordat hij God op gepaste wijze kan aanbidden. Die verontreinigingen kleven mij aan tijdens mijn gang door een wereld die is vervreemd van het leven Gods. Als deze niet verwijderd worden, blijf ik - in geestelijke zin - onder de macht des doods en kan ik onmogelijk aanbidden. In Johannes 13 wordt dit onthuld als de Heere tegen Petrus zegt: "Indien Ik u niet was, gij hebt geen deel aan Mij". Leg uw voeten in zijn handen. Christus moet uw voeten wassen voordat u kunt wandelen met God.
 
Er is nog een belangrijke hindernis te noemen en te nemen en dat is wereldgelijkvormigheid. De geschiedenis van Abraham dient ons als voorbeeld. Toen God hem riep om Ur te verlaten en naar Kanaän te gaan, koos Abraham een middenweg: hij ging maar tot Haran en woonde daar. Haran was halverwege. Later beantwoordde Abraham wel volkomen aan Gods roeping en ging Kanaän binnen. Toen bouwde hij aldaar een altaar (teneinde te aanbidden) voor de Heere. Maar er staat niet dat hij een altaar bouwde gedurende zijn verblijf in Haran. 0, hoeveel kinderen Gods kiezen in deze tijd de middenweg, wonen halverwege en kunnen derhalve niet aanbidden! Moge de Geest Gods zodanig aan en in ons werken dat de taal van ons leven, zowel als van ons hart en onze lippen mag worden: "Waardig is het Lam". Onze oprechte heiliging is Hij waard, onze onbegrensde toewijding, onze liefde die zich uit in het bewaren van zijn geboden, ja onze waarachtige aanbidding! Dat het zo moge zijn ter ere van 's Heeren Naam.
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 143


Aan de voeten van Jezus
Religie/Christendom | Studie | 13 November 2010 | 22:51:21
 
Aan de voeten van Jezus
( Studie gegeven door Cees Klepper op de Glory Ministries miniconferentie Arise & Shine te Ommen)
 
Toen ze verder trokken ging Hij een dorp in, waar Hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette. Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar Zijn woorden. Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: 'Heer, kan het U niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.' De Heer zei tegen haar: 'Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen Lucas 10: 38-42 NBV
 
Lucas 10 is het overbekende bijbelgedeelte van de hardwerkende Marta en haar zuster Maria die er voor koos aan de voeten van Jezus te zijn. Een prachtig voorbeeld om aan te geven waar het in het leven werkelijk om draait. Immers de Here Jezus zegt het zelf heel duidelijk in vers 42: Er is maar één ding noodzakelijk…  
 
Ik denk dat we allemaal heel goed weten wat het belangrijkste in het leven is. Het gaat er dan ook niet zozeer om wat we weten, maar wat we er mee doen. De inzet van Marta was toch niet verkeerd? Zij was gastvrij, ze was aan het dienen, maar daar staat bij: ze was helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. (In de grondtekst staat dat zij overbelast werd door de vele zaken om haar heen) Het was teveel voor haar en ze kon het eigenlijk niet aan, en dan ziet ze ook nog dat haar zuster "niets doet" en dat irriteert haar mateloos. Herkennen we dat? Dat je helemaal in beslag genomen wordt door datgene wat gedaan moet worden. Dat je eigenlijk geen oog meer hebt voor andere dingen. Er is één ding wat gedaan moet worden en daar geef je jezelf aan over.  En dan lijkt het altijd alsof anderen er de kantjes bij aflopen. Het gevolg is dan dat je gaat mopperen. Marta deed dat ook. En dan zegt Jezus: Je maakt je veel te druk… Er is maar één ding noodzakelijk .
 
Geestelijke intimiteit Het gaat God niet in de eerste plaats om onze werken. Natuurlijk: Jacobus zegt dat geloof zonder werken niets voorstelt, maar als je goed leest, dan zegt hij dat je moet doen wat je gehoord hebt. Jezus deed ook alleen maar datgene wat Hij de Vader had zien doen. We zullen ons zelf dus eerst tot rust moeten brengen om te horen, voordat we doen. En dat is niet eenvoudig. God heeft altijd verlangt naar intimiteit met Zijn kinderen. En de Bruidegom (Jezus) verlangt naar intimiteit met Zijn Bruid (Zijn gemeente).
 
Geestelijke intimiteit heeft een hoge prioriteit bij God en daarom heeft Hij dit verlangen in de harten van mensen gelegd. Ieder mens heeft een gat wat alleen God kan vullen. De kerk van tegenwoordig heeft deze intimiteit verleerd en vervangen door een goedkoop surrogaat van religie en formaliteit. In de programma's en liturgieën is God op afstand gezet, zogenaamd uit eerbied, maar misschien meer uit angst vanuit een verdraaid Godsbeeld. Intimiteit met God komt niet automatisch, het vraagt toewijding en overgave. Het kost je tijd, geduld, volharding. En heel vaak missen we de intimiteit met God omdat we niet weten hoe we dit mogen beleven. We zijn het verleerd. We leven in een tijd dat alles heel snel gaat. Als we geld willen hebben, trekken we het uit de muur, als we eten willen hebben zetten we het in de magnetron, of we gaan naar een drive-in. Alles gaat snel, want tijd is geld. Onze gebedstijd is vaak te vergelijken met "even snel boodschappen doen", al dan niet met boodschappenlijstje. We haasten ons de winkel in en zoeken snel de zaken op die we nodig hebben en snellen door naar de kassa.
 
Is dat onze gebedstijd? We hebben onze vragenlijst al klaar liggen en we zenden onze gebeden op naar Hem. Terwijl het woord wat bij voorbede wordt gebruikt in de grondtekst letterlijk betekent: ONTMOETING. Als je gebeden hebt, kun je dan achteraf echt zeggen dat je een ontmoeting hebt gehad met de Allerhoogste God? Dat je gemeenschap met Hem hebt gehad, zoals een man en vrouw gemeenschap hebben met elkaar? Dat je geniet van Hem en Hij van jou? Daar gaat het in de eerste plaats om. Er is maar één ding noodzakelijk…
 
Een plaats waar God woont Aan de voeten zijn van Jezus betekent "thuis komen bij God". Paulus noemt ons huisgenoten van God ( Ef. 2: 19 ). Dat zegt iets over onze bestemming; ons thuis is bij God. We mogen bij Hem wonen en wat nog belangrijker is: Hij wil bij ons wonen. Wat betekent dat? Misschien denken heel veel mensen aan later; aan ons huis in de hemel. Natuurlijk, door het geloof in de Here Jezus mogen we straks voor eeuwig bij Hem zijn, maar toch spreekt Paulus in de Efezebrief niet over de hemel. Hij spreekt in de tegenwoordige tijd. We zijn huisgenoten van God… In het Johannes evangelie zegt de Here Jezus:
 
In het huis van Mijn Vader zijn veel kamers; zou Ik anders gezegd hebben dat Ik een plaats voor jullie gereed zal maken?  Wanneer Ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom Ik terug. Dan zal Ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben. (Johannes 14: 2,3 NBV)
 
Het woord wat hier met kamers is vertaald betekent letterlijk " verblijfplaats" of, zoals de Engelse vertaling het zegt: een "mansion" of nog beter vertaald; een "dwellingplace" en dit woord geeft iets weer van: een plaats om tot rust te komen, een plaats om te overpeinzen
 
Aan de voeten van Jezus mogen we tot rust komen en opnieuw gevuld worden met kracht, liefde, vreugde, blijdschap. Alle vruchten van de Heilige Geest mogen in ons besproeid worden zodat ze naar buiten zichtbaar kunnen worden. Als Paulus spreekt over "huisgenoten van God", dan vergelijkt hij ons met een huisgezin, waarvan God de Vader is. Samen mogen we bij God wonen en wil God bij ons wonen; één grote familie dus. Laura Woodley (een Canadese aanbiddingsleidster) zei een tijdens een conferentie dat we als Gods familie allemaal bij de Vader op schoot mogen komen. Een aardse vader kan hooguit twee of drie kinderen tegelijkertijd bij zich hebben, maar God de Vader heeft een grote schoot waarop we allemaal plaats mogen nemen.
 
De vraag die we ons moeten stellen is: Woont Hij inderdaad bij ons? Of mag Hij alleen af en toe op bezoek komen…?? Wanneer het ons uitkomt; wanneer wij Hem nodig hebben. Maar Hij verlangt voortdurend naar ons…
 
Wat mij altijd treft zijn de woorden van Jezus als Hij vertelt dat Hij geen plaats heeft om Zijn hoofd neer te leggen.  ( Lucas 9: 58 ) Toen we in 2004 (nu precies drie jaar geleden) in Toronto op de conferentie "Show me Your Glory" waren, heeft deze opmerking van de Here Jezus ons ontzettend geraakt en legde de Heilige Geest een last op ons hart om voor Hem een plaats te maken. Een plaats waar de Bruidegom Zijn hoofd kon neerleggen bij Zijn Bruid. We hebben twee jaar lang wekelijks een plaats gemaakt in onze gemeente, waar we ruimte hebben gegeven om die intimiteit tussen Bruid en Bruidegom te beleven. We hebben geweldige momenten met Hem beleefd, maar het ging voorbij omdat we bemerkten dat mensen het moeilijk vonden om tijd hiervoor vrij te maken. Het thema van de avonden was: Heb je tijd voor Mij? En dit was tevens het probleem en de vraag die nog steeds gesteld kan worden; Waaraan geven we prioriteit of beter prioriTIJD? Jezus zegt Er is maar één ding noodzakelijk…
 
Soaking Een woord wat voor ons de laatste jaren een begrip is geworden, maar ook nog veel mensen de wenkbrauwen doet fronsen is : Soaking. Soaken betekent letterlijk: Doordrenkt worden van Gods liefde. Je neerleggen in Zijn Aanwezigheid, de Heilige Geest uitnodigen en je overgeven aan Hem. Tot rust komen bij God. In feite is soaking heel bijbels. David zegt:
 
Psalm 23 : Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij aan rustige wateren; Hij verkwikt mijn ziel
 
Psalm 131 : Immers heb ik mijn ziel tot rust en stilte gebracht als een gespeend kind bij zijn moeder; als een gespeend kind is mijn ziel in mij.
 
Er zijn nog veel meer tekstgedeeltes waaruit je mag opmaken dat "soaken" of tot rust komen bij God een bijbels vertrouwd gegeven is. Wij hebben persoonlijk geleerd om veel tijd te besteden aan momenten waarin we ons neerleggen en ons hart openen terwijl  we rustige aanbiddingsmuziek tot ons laten komen. We ademen deze aanbiddingsmuziek in en we ademen het uit en komen op die manier zelf tot rust maar tegelijkertijd wordt ons hart op Hem gericht.  
 
Vergelijk het met Esther die zich eerst moest baden voordat ze bij de koning kon komen. We bemerken ook altijd dat onze voorbede krachtiger is nadat we eerst een tijd van soaking hebben genomen. Met "krachtiger" bedoel ik dan: dat we merken dat de Heilige Geest ons meeneemt in voorbede, zoals dat staat in Romeinen 8: 26 . Hij komt ons te hulp in onuitsprekelijke verzuchtingen omdat Hij weet hoe we moeten bidden.
 
edereen is uniek gemaakt en iedereen beleeft de initimiteit met Jezus dus op een unieke manier. Sommigen vinden het heerlijk om bij Hem te liggen zoals Johannes bij Hem lag ( Johannes 13: 23 ) of zoals Ruth bij Boaz lag. Anderen hebben het verlangen zich te uiten in muziek, dans of schilderkust.  
Alles is mogelijk want Hij verlangt ernaar om Zijn Bruid te koesteren en Hij geniet als zij zich onbevangen aan Hem geeft.
 
Soaken heeft alles te maken met onbevangen bij Hem zijn; Ons hele hart, ziel, wil en emoties zijn daarbij betrokken. Als Nederlanders hebben we daar vaak moeite mee, omdat we ons vaak schamen om onze emoties te laten zien. Emotie is de taal van onze innerlijke mens. Het is een vorm van communicatie dat krachtig kan laten zien hoe intens we de dingen innerlijk beleven. Onbegrensde emotie stelt ons in staat om op een vrije, spontane wijze Gods liefde te beantwoorden en die geestelijke intimiteit met Hem te beleven. ( 2 Kor. 3: 17 waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid)
 
Zes dagen voor Pesach ging Jezus naar Betanië, naar Lazarus die hij uit de dood had opgewekt. Daar hield men ter ere van hem een maaltijd; Marta bediende, en Lazarus was een van de mensen die met hem aanlagen. Maria nam een kruikje kostbare, zuivere nardusolie, zalfde de voeten van Jezus en droogde ze af met haar haar. De geur van de olie trok door het hele huis. Judas Iskariot, een van de leerlingen, degene die hem zou uitleveren, vroeg: 'Waarom is die olie niet voor driehonderd denarie verkocht om het geld aan de armen te geven?' Dat zei hij niet omdat hij zich om de armen bekommerde - hij was een dief: hij beheerde de kas en stal eruit. Maar Jezus zei: 'Laat haar, ze doet dit voor de dag van mijn begrafenis; de armen zijn immers altijd bij jullie, maar ik niet.' Johannes 12: 1-8 NBV
 
De maaltijd waar Jezus bij aanwezig was speelde zich af nadat Lazarus was opgewekt uit de dood ( Joh. 11 ). Lazarus had een enorme ervaring gehad, maar wat doet hij dan? Hij is niet gestart met een "Lazarus Opwekkingscampagne". Nee, er staat letterlijk dat Lazarus één van de mensen was die met Jezus aanlagen. Hij was zo dicht mogelijk bij Jezus. Hij hield maaltijd met Hem. Wat doen wij als we een enorme "Godservaring" hebben gehad? Gaan we iets organiseren om dat maar te vertellen? Of zoeken we de Here Jezus op om dicht bij Hem te blijven? Eerst horen, dan pas doen… En dan komt daar in eens Maria binnen… Maria gaf onbevangen haar liefde aan Jezus en liet haar emoties de vrije loop. Ze droogde de voeten van Jezus af met haar haren. Ze durfde zichzelf kwetsbaar te maken omdat de liefde voor Jezus boven alles ging. Dat is verbrokenheid. En alleen door gebroken vaten kan God Zijn glorie naar buiten laten zien. Religieuze mensen veroordelen dat; kijk maar naar de reactie van Judas. Zijn woorden lijken mooi; het geld van de olie kon aan de armen gegeven worden. Religieuze reacties lijken altijd mooi aan de buitenkant, maar ze komen voort uit een boos en veroordelend hart. En dat is niet het hart van Jezus.
 
Durven wij zo verbroken te zijn en ons neer te leggen bij Hem? Durven wij ons zo aan Hem te geven en ons niet te storen aan wat andere mensen zouden kunnen zeggen? Laten we ons als Zijn gezin, Zijn Bruid niet schamen als we samen aan Zijn voeten zijn en ons uitstrekken naar onze Bruidegom.
 
Ik sliep, maar mijn hart was wakker.  
Hoor! Mijn lief klopt aan! 'Doe open, zusje, mijn vriendin,  
Mijn duif, Mijn allermooiste.  
Mijn hoofd is nat van de dauw,  
Mijn lokken vochtig van de nacht.' '
Maar ik heb mijn kleed al uitgedaan, moet ik het weer aandoen?  
En ik heb mijn voeten al gewassen, moet ik ze weer vuil maken?'  
Mijn lief stak Zijn hand naar binnen, een siddering trok door mij heen - om Hem!  
Toen sprong ik op, ik ging Hem opendoen.  
Mijn handen dropen van mirre, mirre vloeide van mijn vingers op de grendel van de deur.  
En ik deed open voor mijn lief…
 
Heer Jezus kom en woon bij mij;  
hier is een plaats waar U Uw hoofd kunt neerleggen  
Hier is een plaats waar U mag wonen  
Hier is een plaats om bemind, geliefd en aanbeden te worden  
Kom en leg U neer Niets kan me van U afhouden  
Ik geef me aan u zonder reserve en zonder voorbehoud  
Kom en woon bij mij  
Hier ben ik voor U alleen…
 
 
© Copyright 2007 GloryMinistries. nl
 
reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 210


 

Home   weblog sinds: 2010-11-13

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.